post-title Ploeteren in een bestuurlijke grindbak uit Binnenlands Bestuur d.d.7-3-2008 http://buitenplaats-horsterwold.nl/wp-content/uploads/graphite_gravel.jpg 2017-12-29 16:23:34 yes no Geplaatst door: Categorieën:  Nieuws

Ploeteren in een bestuurlijke grindbak uit Binnenlands Bestuur d.d.7-3-2008

Ploeteren in een bestuurlijke grindbak uit Binnenlands Bestuur d.d.7-3-2008

PLOETEREN IN EEN BESTUURLIJKE GRINDBAK

Yvonne Jansen 07 mrt 2008
Oud zeer houdt de poldergemeente Zeewolde al jaren in gijzeling. Het dorp verkeert in permanente bestuurlijke crisis, met als laatste kwestie in rij een kinderdisco. Een ontgiftingsmethode moet nu redding bieden.

De maandelijkse coladisco in een zalencentrum te Zeewolde: een bij de dorpsjeugd populair en door ouders/vrijwilligers gerund verzetje. Na 33 afleveringen grijpt de gemeente in, want op de zalen rust de bestemming dienstverlening en geen horeca. De raad vindt unaniem dat de onschuldige disco moet worden gedoogd, vooruitlopend op een aanpassing in het bestemmingsplan. Maar wethouder Michiel Schouten (Leefbaar Zeewolde) wil niet wijken: horeca-achtige activiteiten verdragen zich niet met het bestemmingsplan.

Ook Schoutens partij wil de disco overeind houden, maar worstelt tijdens een raadsvergadering met de beslissing de eigen wethouder de rug toe te keren. De als actiegroep begonnen lokale partij, goed voor bijna een kwart van de stemmen bij de laatste verkiezingen, werpt als bezwaar op dat omwonenden niks gevraagd is. Met het tolereren van de disco gaat mogelijk de deur op een kier voor ander, wél commercieel vermaak, aldus de leefbaren. Bij de rest van de raad ligt de irritatie er duimendik op: voor de zoveelste keer lijkt een besluit over de kwestie uit te blijven.

De kinderdisco is illustratief voor de omgangsvormen in de raad en de relatie tussen raad en college, zegt VVDraadslid Eduard Plate. De raad laat zich het bos insturen door het college en redt het vaak niet als kaderstellend orgaan: ‘Iets eenvoudigs wordt nodeloos ingewikkeld gemaakt en iedereen graaft zich dan in: fracties, college, ambtenaren. Als raad laten we ons gemakkelijk met een kluitje in het riet sturen. Houden we, zoals bij de kinderdisco, voet bij stuk, dan leidt dat bijna tot een vertrouwenskwestie.’

Een grindbak, die vergelijking trekt ChristenUniecoryfee Thijs van Daalen met betrekking tot de Zeewoldense politiek. Ploeteren en nauwelijks een stap verder komen. Als wethouder gooide hij kort voor de kerst getergd de handdoek in de ring. Hij voelde zich gechicaneerd binnen het college en niet bij machte om de coalitieafspraken uit te voeren. Collegiaal bestuur met de andere wethouders, Helma Lodders (VVD) en Michiel Schouten, was er volgens hem niet. De ChristenUniefractie
trekt zich meteen na Van Daalens besluit terug uit de coalitie. Een bestuurscrisis is geboren. De zovéélste, want in Zeewolde vindt, blijkt uit een historisch overzicht, om de twee jaar een wisseling plaats in het college. Van Daalen: ‘Bij het vraagstuk van de kinderdisco zie je Leefbaar Zeewolde bijna geharnast ten strijde trekken om de eigen wethouder te steunen. Om uiteindelijk, zonder dat er iets verandert aan de argumenten, toch een draai te maken. Het lukt de fractieleden van ChristenUnie, maar ook die van PvdA/GroenLinks en CDA, nauwelijks nog met openheid op Leefbaar Zeewolde te reageren.’

Analyse

Oud zeer, dat houdt politiek in de poldergemeente al jaren in gijzeling. De gemeenteraad ziet dat in en geeft het externe bureau Consort medio januari opdracht de bestuurlijke verhoudingen te analyseren en oplossingen aan te reiken, zodat Zeewolde verder kan met het vormen van een nieuwe coalitie en het verbeteren van het bestuurlijk klimaat .

Vertrouwelijk spreken onderzoekers Annemiek Toonen en Jan Streefkerk met sleutelfiguren binnen de Zeewoldse politiek. Hun rapport, dat meteen openbaar wordt gemaakt, bevestigt het beeld dat Van Daalen schetst. In de dorpspolitiek regeert onderlinge achterdocht. De grondhouding is er vaak één van ‘wij’ en ‘zij’. Partijen laten zich leiden door het beeld dat zij van elkaar hebben, en minder door feiten. Vaak liggen de opvattingen niet eens ver uiteen, met uitzondering van het groeiscenario dat het polderdorp moet volgen. Wat de jonge gemeente volgens de onderzoekers ook parten speelt: er is geen collectief geheugen. Waar dat wordt opgebouwd, verdwijnt het door de vele mutaties in raad en college weer net zo snel.

Zeewolde was er volgens Jan Streefkerk op tijd bij. Hij en zijn collega Toonen bevelen een serie ‘ontgiftingssessies’ aan onder externe begeleiding, waarna de politiek zowel de fracties onderling als de raad versus het college met een schone lei kan beginnen. Jan Streefkerk: ‘Het gif in dergelijke, conflictachtige situaties werkt langzaam, maar voert naar een desastreus einde.’ Om het ontgiftingsproces kans van slagen te geven moet volgens hem aan drie voorwaarden worden voldaan. ‘Er moet een gevoel van urgentie zijn. Er mag geen sfeer zijn van elkaar de kop afhakken. En tenslotte moet er bereidheid zijn om op kleine schaal te beginnen, vaak met één-op-één-gesprekken.
Ontbreekt één van de drie, dan moet je er niet aan beginnen, want dan scherp je tegenstellingen verder aan.’

Sociaalpsychologisch

Zeewolde past, afgaand op de recente geschiedenis en uitspraken van raadsleden, prima in het plaatje dat hoogleraar Fred Fleurke onlangs schetste. Op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken onderzocht de Amsterdamse bestuurskundige hoe het komt dat sommige gemeenten in een aanhoudende bestuurscrisis verkeren. Gemeenschappelijke kenmerken zijn, volgens Fleurke, verstoorde verhoudingen tussen de bestuursorganen van de gemeente (raad college
burgemeester) en een chronisch gebrek aan effectieve samenwerking. De oorzaken liggen volgens de hoogleraar vaak op het sociaalpsychologische vlak: (sociale) incompetentie van politici, bestuurders en ambtenaren, persoonlijke ambities, machtsspelletjes.

Jan Streefkerk wil buiten het rapport om niet diep ingaan op de Zeewoldse situatie, maar veel bevindingen uit zijn rapport zijn in lijn met ‘Fleurke’. Streefkerk: ‘Bij veel bestuursproblemen lijkt aan de buitenkant of er een inhoudelijk verschil van mening speelt. Maar kijk je beter, dan blijkt dat binnen het bestuur de verhoudingen verstoord zijn. Het kost moeite dat toe te geven. Mensen zeggen zelden: ik kan met die of die niet door één deur. Dat is immers niet zakelijk.’

De werkwijze van Consort, volgens Streefkerk, is een kwestie van ‘vreemde ogen dwingen’: ‘We confronteren opinies en belangen en zoeken niet naar consensus. We laten tegen elkaar laten praten in plaats van over elkaar. Wij monitoren de gesprekken behoorlijk, zitten bij commissies en
raadsvergaderingen. We maken video-opnamen en wijden daar soms een nabeschouwing aan. Het is onze sport om op die manier mee te bewegen met de dynamiek van de politiek. Wat het is
natuurlijk real life, je haalt het niet uit een boekje. Daarmee beginnen we dan aan het bouwen van nieuwe bestuurlijke verhoudingen.’

PvdA-fractievoorzitter
Jan Klop onderschrijft dat er hard getrokken moet worden aan de bestuurscultuur in zijn dorp,
maar vindt het rapport ‘wat zwaar aangezet’. ‘Het klopt dat het ontbreekt aan een open debatcultuur. Maar even goed drinken we een borrel met elkaar.’ Het gemis van een collectief geheugen speelt de politiek volgens Klop parten, gezien de nog jonge geschiedenis van het dorp. Dat geldt de hele Zeewoldense politiek volgens hem, maar Leefbaar Zeewolde in het bijzonder: ‘Het is een partij zonder politieke traditie en weinig ervaring met besturen.’

Leefbaar Zeewolde heeft beslist een andere stijl dan de ‘gevestigde’ partijen, erkent LZ-raadslid
Ben Sonneveld. ‘Wij betrekken de burger erbij. Dat wij niet willen of kunnen samenwerken strookt aantoonbaar niet met de werkelijkheid. Zijn er ontgiftingssessies nodig om dat beeld van tafel te krijgen, dan werken we daar graag aan mee.’ In de bestuursproblemen van de afgelopen jaren ziet Sonneveld geen patroon: ‘Hoogstens kun je spreken van een aaneenschakeling van uiteenlopende incidenten.’

VVDer Plate is het met Consort vooral eens op het punt van de onuitgesproken opinies en attitudes die door etteren. ‘Er spelen veel sluimerende zaken. Zo blijken er bijvoorbeeld ongeschreven regels te zijn over het kiezen van commissievoorzitters. Wie die niet kent en ze doorkruist, krijgt kribbige reacties. Maar wie te vaak teruggrijpt op afspraken uit het verleden, slaat iedere discussie dood. Het zou goed zijn als de ontgiftingssessies tenminste aan die gewoonte een eind maken.’

Binnenlands Bestuur d.d. 7-3-2008; Yvonne Jansen