post-title Wij zijn inmiddels Nederland ontvlucht om aan de druk, maar vooral aan de negatieve herinneringen te ontkomen. http://buitenplaats-horsterwold.nl/wp-content/uploads/Screen-Shot-2017-10-20-at-09.19.14.png 2017-10-14 16:19:18 yes no Geplaatst door: Categorieën:  Blog

Wij zijn inmiddels Nederland ontvlucht om aan de druk, maar vooral aan de negatieve herinneringen te ontkomen.

Wij zijn inmiddels Nederland ontvlucht om aan de druk, maar vooral aan de negatieve herinneringen te ontkomen.

In dit document beschrijven wij onze ervaringen met de gemeente Zeewolde (de gemeente) waarbij het draait om de oplegging van een last onder dwangsom door de gemeente en de daaruit voortvloeiende (juridische) procedures wegens vermoed permanente bewoning van onze recreatiewoning op bungalowpark Horsterwold.

In januari 2009 valt er een brief bij ons in de brievenbus. Het is de vooraankondiging oplegging last onder dwangsom wegens vermoed permanente bewoning van onze recreatiewoning. Dit vermoeden is gebaseerd op slechts drie (3) controles uitgevoerd door MB-All (een bureau ingehuurd door de gemeente om deze controles uit te voeren) in November en December 2008. Geen van de drie controle verslagen geeft een duidelijk beeld van bewoning van de recreatie woning.

Reden voor ons om als reactie op de brief een aantal vragen dienaangaande per brief aan de gemeente te stellen. In plaats van een antwoord op onze vragen ontvangen wij 30 dagen na de vooraankondiging de definitieve oplegging last onder dwangsom van de gemeente. Als we het daar niet mee eens zijn moeten we de zaak maar naar de bezwaarschriften commissie voorleggen. De toon is gezet. Zo gezegd zo gedaan. We wenden ons tot de bezwaarschriften commissie, leggen in de zitting onze situatie uit en wachten vervolgens op het oordeel van de commissie. Zoals kennelijk gebruikelijk bij uitspraken van bezwaarschriften commissies worden wij niet van hun besluit op de hoogte gesteld maar gaat dit oordeel van de commissie naar Burgemeester & Wethouders die daar dan (binnen 6 weken maar bij ons pas na 12 weken)een besluit over moeten nemen en ons daar dan van op de hoogte dienen te stellen inclusief het oordeel van de commissie.

Uiteindelijk ontvangen wij in Augustus 2009 het oordeel van de commissie en het besluit van B&W hierop. Wat blijkt. De commissie heeft ‘onze bezwaren gegrond verklaard’ en B&W opgedragen een nieuw besluit mbt. de oplegging last onder dwangsom te nemen. Echter, het nieuwe besluit van B&W is gelijk aan het oude besluit.

Met andere woorden, de gemeente gaat gewoon door met de uitvoering van de last onder dwangsom en legt het oordeel van de bezwaarschriften commissie naast zich neer. Als we het daar niet mee eens zijn staat de gang naar de bestuursrechter voor ons open, hetgeen wij dan ook besluiten te doen. Voordat in het najaar van 2009 de zitting voor de bestuursrechter plaats vindt ontvangen wij het verzoek van de rechtbank of wij open staan voor een mediation traject om zo tot een oplossing met de gemeente te komen. Daar reageren wij positief op. Echter, de gemeente voelt daar niet voor. De houding van de gemeente is en blijft: ‘Er valt niets te onderhandelen’. 6 Weken na de zitting bij de bestuursrechter ontvangen we de uitspraak.

Na de bezwaarschriften commissie stelt ook de bestuursrechter ons in het gelijk. De gemeente is onzorgvuldig te werk gegaan en heeft de oplegging last onder dwangsom onvoldoende onderbouwd. Ook wordt de gemeente veroordeeld tot het aan ons terugbetalen van door ons gemaakte kosten (300). De gemeente laat het hier niet bij zitten en gaat in hoger beroep bij de Raad van State. De zitting bij de Raad van State (de raad) was een ‘eyeopener’ voor ons.

Tijdens de gehele zitting straalde de raad een air uit van: ‘Wat doen we hier eigenlijk. Het is toch duidelijk. Jullie (wij dus) wonen daar toch permanent.’

Ons is duidelijk geworden dat de raad niet een rechtsprekend orgaan is maar een verdediger en beschermer van de status-quo. Of de zaak door de gemeente voldoende zorgvuldig was behandeld en voldoende onderbouwd (zoals de bezwaarschriften commissie en de bestuursrechter oordeelden) bleek volstrekt onbelangrijk en is zelfs niet ter sprake geweest. Onnodig te vermelden dat we in het ongelijk werden gesteld.

Daarmee zijn onze mogelijkheden om de oplegging last onder dwangsom aan te vechten tot nul gereduceerd en zullen we ons daarbij moeten neerleggen, ondanks het voor ons positieve oordeel van de bezwaarschriften commissie en de bestuursrechter. Maar daarmee is het verhaal verre van ten einde. Een aantal maanden na de uitspraak ontvangen we een brief van de gemeente met het verzoek de € 300 die wij inmiddels van de gemeente hadden ontvangen als compensatievan door ons gemaakte kosten, terug te betalen. In de brief werden allerlei niet ter zake doende wetsartikelen vermeld om de eis een juridisch tintje te geven.

Na wat heen en weer geschrijf geeft de gemeente het eindelijk op. Maar het feit alleen al dat ze het proberen…. Maar ook daarmee is het verhaal nog niet ten einde. Omdat wij de begunstigingstermijn van de opgelegde last onder dwangsom met 2 weken hebben overschreden, stuurt de gemeente ons een dwangbevel om € 5.000 te betalen.

Nb. Een last onder dwangsom bestaat uit de volgende onderdelen:

  • een begunstigingstermijn zijnde de datum tot wanneer je te tijd krijgt om de overtreding (in ons geval permanente bewoning van een recreatie object) ongedaan te maken,
  • een bedrag per maand (in ons geval € 5.000) wat je moet betalen als de overtreding na de begunstigingstermijn voortduurt en
  • een maximale periode (in ons geval 5 maanden) dat het bedrag van € 5.000 kan worden geïnd.
  • Na ontvangst van het dwangbevel krijgen we 2 weken de tijd om in beroep te gaan, wat we uiteraard doen. Dit betekent een gang naar de civiele rechter.

Nb. De oplegging last onder dwangsom wordt aangevochten via een procedure bij de bestuursrechter, de inning van de dwangsom werd toen der tijd (tot 01 juli 2009) aangevochten bij de civiele rechter. Dit is inmiddels veranderd. Nu lopen beide procedures via de bestuursrechter. Ook de civiele rechter stelt ons in het gelijk en veroordeelt de gemeente tot het betalen van onze onkosten. Wij hoeven de € 5.000 niet te betalen.

En wederom legt de gemeente zich hier niet bij neer maar gaat in hoger beroep. In oktober 2013 dient het hoger beroep bij de meervoudige kamer van het hof in Leeuwarden. De gemeente heeft wederom een dure advocaat ingehuurd om haar zaak te af te handelen. Het wordt een totaal fiasco voor de gemeente. Na enig geharrewar over of het hoger beroep bij de meervoudige kamer moet worden gevoerd en een schorsing van een half uur, kan de zaak inhoudelijk worden behandeld. Regelmatig staat de advocaat van de gemeente met een mond vol tanden bv. als de voorzitter vraagt waar de gemeente mee bezig is of als zij constateert dat er zoveel venijn in het gedrag van de gemeente zit. De uitspraak, 6 weken later is duidelijk. We hoeven de dwangsom niet te betalen en de gemeente wordt (wederom) veroordeeld tot het betalen van de proceskosten en onze advocaat kosten. Daarmee is een einde gekomen aan een stressvolle periode van 4 jaar waarin de gemeente met alle geoorloofde en ongeoorloofde middelen op ons heeft gejaagd. In deze periode hebben wij ons te weer moeten stellen tegen een overheid die beschikt over onbeperkte middelen en die bij het aanwenden van deze middelen geen remmingen kent. Dit heeft voor ons vooral veel negatieve energie opgeleverd.

Een van de effecten van het optreden van de gemeente is dat wij in de gehele procedure geen mede eigenaren als getuigen hebben kunnen oproepen uit vrees dat een zelfde lot en behandeling ten deel zou vallen. Wij zijn inmiddels Nederland ontvlucht om aan de druk, maar vooral aan de negatieve herinneringen te ontkomen.

De algemene houding van de gemeente Zeewolde mbt. Park Horsterwold. In de periode 2005 – 2009 was ik penningmeester van de vereniging van eigenaren. In die periode waren wij als dagelijks bestuur (Voorzitter + Penningmeester) verantwoordelijk voor het onderhouden van het contact met de gemeente Zeewolde.

Een voorbeeld van hoe e.e.a. verliep: Op een bepaald moment wilden we een afspraak maken met B&W gemeente Zeewolde. Dit werd geweigerd. Er viel volgens hen niets te bepraten. Ook na herhaald aandringen bleef B&W weigeren. Daarop hebben we contact opgenomen met de afdeling Klachtenafhandeling van de gemeente. Deze afdeling achtte onze klacht gegrond en stelde B&W op de hoogte dan ze een verzoek voor overleg van onze kant niet kon weigeren. De daaropvolgende afspraak verliep als volgt: de aanwezige wethouder (ook een ambtenaar van ruimtelijke ordening was aanwezig) opende het overleg met de zin: ‘Vertelt u het maar.’ Terwijl wij ons verhaal hielden bleven de wethouder en de ambtenaar stil. Toen we klaar waren met ons verhaal, was de opmerking van de wethouder: ‘Bent u klaar ?’ ‘dan is het overleg nu afgelopen.’ Ze hadden, met duidelijke tegenzin, ons aangehoord en dat was het. Ze hadden aan hun plicht voldaan. Dit voorval was (en is) illustratief voor de houding van de gemeente ten opzichte van park Horsterwold.

Conclusies

  • De gemeente Zeewolde volgt bij een oplegging last onder dwangsom alleen het formele juridische traject.
  • De gemeente Zeewolde vindt dat zij het gelijk aan haar kant heeft, overleg wordt telkenmale afgewezen onder het motto: ‘er valt niets te overleggen’.
  • De gemeente Zeewolde houdt de leugen in stand dat wij (eigenaren) wisten waar we aan begonnen en ontkent dat zij zich dient te houden aan de 40/12 regel zoals deze onder druk van de gemeente, is opgenomen in onze akten van levering van de aankoop van een kavel op park Horsterwold.
  • De gemeente Zeewolde laat geen mogelijk onbenut om eigenaren dwars te zitten. Zo voerde de gemeente de heffing van Forensenbelasting in in de periode dat de controverse tussen de gemeente en de eigenaren in rap tempo toe nam. Bij de invoering gaf de gemeente zelf aan dat de heffing door de te maken kosten zeer waarschijnlijk geen positief saldo zou op leveren.
  • De gemeente Zeewolde spendeert vele honderdduizenden euro’s (gemeenschapgeld) aan controles en juridische procedures waarvoor vaak dure advocaten worden ingehuurd om haar gelijk te halen.
  • In onze optiek is hier duidelijk sprake van onbehoorlijk bestuur, machtsmisbruik, willekeur, arrogantie van de macht / minachting voor de burger. De overheid is er niet voor de burger maar de burger is er voor de overheid.